Bijgewerkt door PlanElektra (PlanTools) op .
Het AREI — het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties — bevat alle regels waaraan je elektrische installatie in België moet voldoen. Of je nu zelf renoveert of een elektricien inhuurt: deze regels gelden altijd. Hier leggen we uit wat het AREI betekent, voor wie het geldt, de belangrijkste regels, de recente wijzigingen (2025-2026) en wat de keurder controleert — in begrijpelijke taal.
AREI staat voor Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties. Het is het Belgische reglement dat bepaalt hoe elektriciteit veilig geïnstalleerd moet worden. In het Frans heet exact hetzelfde reglement RGIE (Règlement Général sur les Installations Électriques) — dezelfde regels, andere taal. Het wordt uitgegeven door de FOD Economie.
Het AREI (vaak "AREI 2025" genoemd na de laatste grote update) is van toepassing op alle elektrische installaties — van nieuwbouw tot renovatie, van appartementen tot vrijstaande woningen. Het beschrijft o.a. hoe je je verdeelkast samenstelt, welke beveiligingen verplicht zijn, hoe je aardt, en welke documenten je bij een keuring moet voorleggen.
Relevante wijzigingen voor huishoudelijke installaties kwamen onder meer via het KB van 6 oktober 2025 (gelijkstroominstallaties, van kracht 1 april 2026) en het KB van 3 oktober 2024 (badkamervolumes en contactdozen, van kracht 1 maart 2025). Eerdere belangrijke wijzigingen kwamen via het KB van 5 maart 2023 (van kracht 1 juni 2023). Een volledig overzicht van de AREI-wijzigingen 2025-2026 staat hier.
Voor iedereen met een elektrische installatie: huiseigenaars, huurders, zelfbouwers én installateurs. Het geldt voor nieuwbouw en bestaande woningen. Goed om weten: je mag als particulier je installatie en je schema's zelf maken — de wet eist enkel dat alles AREI-conform is, niet dat een erkende elektricien het doet. De keuring zelf gebeurt wel altijd door een erkend organisme.
Een keuring aan het AREI is onder meer verplicht bij een nieuwe installatie, een belangrijke wijziging of uitbreiding (zie keuring na renovatie), de verkoop wanneer de toepasselijke controleverplichting of de geldigheid van het verslag dat vereist (zie attest bij verkoop), en voor een tijdelijke werfaansluiting (zie werfkeuring). Welke documenten vereist zijn, hangt af van de installatie en het soort controle. Voor het woningdossier zijn het eendraadschema en situatieplan belangrijke basisdocumenten.
Leg de vereiste documenten klaar. Voor een huishoudelijk schemadossier gaat het onder meer om:
Deze samenvatting is geen goedkeuring van een installatie. Raadpleeg AREI Boek 1. Bij bestaande delen kunnen afwijkingen gelden; de uitvoeringsdatum en latere wijzigingen zijn daarbij van belang.
Aan het begin is bescherming van ten hoogste 300 mA vereist. Aanvullende gevoelige bescherming geldt onder meer voor gewone contactdozen, verlichting, bad- en doucheruimten en was-, droog- en afwasmachines. De hoofdbeveiliging hoeft niet algemeen selectief te zijn. Zie de uitleg over differentiëlen en 4.2.4.3.b.
De achtgrens in 5.3.5.2.b gaat over enkelvoudige of meervoudige contactdozen. In gemengde stroombanen telt een vast toestel of een gezamenlijk bediende groep als een contactdoos. Het aantal getekende schakelaars of lichtsymbolen is dus geen algemene wettelijke achtgrens. De werkelijke groepering moet bekend zijn.
Volgens 5.2.1.2 krijgen toestellen met vaste standplaats vanaf 2600 W een toegekende stroombaan. Dat geldt ook afzonderlijk voor wasmachine, afwasmachine, droogkast, elektrisch fornuis, elektrische kookplaat en elektrische oven. Vaste elektrische verwarming wordt gevoed door een of meerdere toegekende stroombanen. Vermogen en aanleg bepalen de leidingkeuze.
Contactdozen, overspanningsbeveiliging en beveiligingen voor laadpalen en omvormers hebben eigen voorwaarden. Een algemene keuze op basis van alleen een toestelsymbool volstaat niet. Ook badkamervolumes, aarding, aanlegwijze en fabrikantvoorwaarden moeten worden beoordeeld.
Pas regels voor nieuwe installaties niet zonder meer toe op ieder bestaand deel. Boek 1 bevat afwijkingen in onder meer de controlebepalingen en deel 8. Laat bepalen welke regels gelden voor het betrokken deel en de geplande wijziging.
Een erkend keuringsorganisme (Vinçotte, BTV, ACEG, OCB...) controleert onder andere:
Vraag een actuele offerte voor de controle van jouw installatie (zie wat een keuring kost). Bij afkeuring betaal je opnieuw voor de herkeuring — bekijk de vaakste afkeurredenen om dat te vermijden. Een duidelijk dossier helpt de installatie beoordelen, maar voorkomt niet automatisch een herkeuring.
Controleer leidingdoorsnede, aanlegwijze, belasting, beveiliging en kortsluitvoorwaarden samen. Leg voor iedere leiding de volgende gegevens vast:
Bepaal kabeltype en de vereiste brandreactieklasse volgens het werkelijke traject en de toepasselijke voorschriften. Niet elke nieuwe leiding moet algemeen XVB Cca zijn.